Amerika camperreis deel 6 – Mount Rushmore en Custer State Park

Woensdag 17 september
Van Sheridan naar Mt Rushmore, een lange route vandaag. De glooiende heuvels, we zien er erg veel Pronghorns, worden wat ruiger, later wat meer afgewisseld door bossen met voornamelijk dennebomen. Vanaf de interstate nr 90 nemen we een omweg via de 14. Halverwege is er de Devils Tower Junction vanwaar het nog een klein stukje is naar de Tevils Tower. Inmiddels uiteraard al wel eens op een foto gezien, maar het is toch een merkwaardige klomp steen die in het bos, op een heuvel, vanuit de rotsblokken omhoog lijkt te zijn geduwd. Met de Nationale Park Pas kunnen we hier gratis naar binnen en rijden om de Devils Tower heen naar de andere kant. Vanaf de parkeerplaats kun je wandelingen maken, of in ieder geval tot bijna onder aan de berg lopen. Er blijkt iemand bezig met abseilen vanaf de top; onder aan de steile wand boven aan het rotsveld voegt hij zicht bij nog een paar mensen. Wat naleeswerk leert ons dat ze hier zo ongeveer panisch zijn voor niet inheemse zaden en planten die de inheemse planten kunnen verdringen en wellicht zelfs de rots zelf kunnen aantasten. De bijna loodrechte wanden zijn vol met vertikale richels waar hier een daar een stuk ontbreekt. Onderaan de rots is het bezaaid met enorme rotsblokken. Het kan niet anders of ooit zal de Devils Tower zijn gedegradeerd tot een rots veld, maar wij zullen het, gelukkig, niet meer meemaken.


Devils Tower National MonumentClose Encounters of the third kind?

Zaden en kleine plantjes worden verwijderd om erosie te voorkomen

Prairy Dog

Op de grasvlaktes die wat verder bij de duivel vandaan zijn verwijderd zien we allemaal grappige beestjes, Prairie Dogs. Er wordt gewaarschuwd niet dichtbij te komen en ze vooral niets te eten te geven, want ze bijten. Maar op afstand zijn het schattige beestjes om te zien. Staand op hun achterpoten kijken ze over het gras uit naar de omgeving, waarschuwen elkaar met piepjes en zijn verder erg druk bezig om allerlei lekkers naar binnen te peuzelen.
We hebben nog een flink stuk te gaan. Via het stadje Deadwood met een leuk “oud” western straatje rijden we naar het zuiden over de 385. Voorbij Hell City, pardon, Hill City (er mag hier weer gegokt worden, casino’s te over) gaan we naar de KOA camping waar we net na 6 uur aankomen.

Donderdag 18 september
Mount Rushmore, Custer State Park en Crazy Horse Memorial. We gaan op tijd op pad en arriveren voor de bussen met bezoekers en schoolkinderen bij Mount Rushmore. Het blijkt een behoorlijk complex te zijn met zelfs een openluchttheater aan de voet van de berg. Daarvoor nog een een gebouw met zuilen en een straat met vlaggen met alsmaar op de achtergrond die vier koppen. Iedereen kent deze vier koppen van Washington, Franklin, Jefferson en Lincoln van de foto’s, maar het is leuk om ze hier in de omgeving te zien, bovenaan een berg waar onderaan nog alle losse rotsen liggen afkomstig van het opblazen van de grote stukken die verwijderd moesten worden. Te zien aan het aantal bezoekende kinderen is het kennelijk een mooie plaats om wat aan geschiedenis te doen, en terecht. Iets voorbij Mount Rushmore slaan we rechtsaf de Iron Mountain Road op. Met zo’n grote camper best een spannende weg, met, afgezien van de vele haarspeldbochten en pig tail turns (een 450 graden bocht die over/onder zichzelf doorgaat), ook nog eens een aantal tunnels waar we maar net onder door kunnen 12’2″ (3,7 meter). Maar dat levert dan wel weer een paar prachtige vergezichten op, waaronder die op de koppen van Mount Rushmore van heel uit de verte.
De Wild Loop Road loopt met een halve cirkel door Custer State Park. Het is kennelijk buiten het seizoen, want de toegangshokjes zijn niet meer bemand. In plaats daarvan doen we $15 dollar in een enveloppe en plakken we een papiertje achter onze ruit. Het is een mooie route om te rijden door de bossen en heuvels. Custer State Park staat het meest bekend om de enorme populatie (1300) aan bizons. Verscheidene keren vraagt iemand ons of we de buffaloes al hebben gezien. Uiteindelijk zien we twee grote kuddes, maar wel erg ver weg. We hebben eerst zelfs de telelens nodig om te zien of het wel bizons zijn. Gelukkig hebben we eerder al heel wat kansen gehad ze van dichterbij te zien. Hier gaat het vooral om de aantallen en het zijn er inderdaad behoorlijk wat. Tegen de winter worden ze bij elkaar gedreven in de Buffalo Corrals waar ze worden geteld en wordt bepaald hoeveel er in de winter mogen worden afgeschoten. Daarna worden ze weer los gelaten om zelf te overwinteren. Er zijn in Custer State Park ook wel wat hekken en wildroosters, dus helemaal vrij zijn ze kennelijk niet. Veel verderop zien we dan in het bos toch ook nog een enkele, verdwaalde?, wilde bizon.


Mount RushmoreWashington, Franklin, Jefferson en Lincoln

Crazy Horse Memorial, op de voorgrond zoals het moet worden

Visitors Center Crazy Horse Memorial

Eenmaal weer buiten het park waren we van plan via de “Needles” terug te rijden (overigens ook weer onderdeel van Custer State Park), maar net op tijd zien we op een bord langs de weg de tunnelhoogte vermeld. 10’7″ (3,2 meter). Dat risico nemen we maar niet. De camper inleveren zonder airco-unit op het dak is toch niet zo’n goed idee. In plaats daarvan rijden we maar naar het westen en via het plaatsje Custer rijden we nu naar het Crazy Horse Memorial. Naast de beroemde koppen van Mount Rushmore moest er dan ook maar een memorial komen voor “een” beroemde indiaan. De meningen zijn verdeeld. In de rots uitgehouwen is reeds te zien het hoofd van Crazy Horse. Het schijnt dat er geen afbeeldingen bestaan van de beste man, overigens ook weer doodgeschoten bij een of ander fort, dus de gelijkenis is altijd goed. Uiteindelijk moet het kolossale uit de rotsen gehouwen figuur te paard zitten en over de kop van het paard naar de horizon wijzen. Ook daar bestaat weer onenigheid over. Indianen wijzen nooit, want dat is onbeleefd. Er is ook een enorm complex met allerlei zalen met memorabilia. Echter, van enige samenhang is niets te ontdekken. Alle hangt gewoon vol. Met van alles. Van overal. Een gemiste kans lijkt mij.
Terug op de camping beleven we de eerste echt zwoele avond (boven de 20 graden. In Yellowstone was het ’s nachts nog -10). Met het ’s middags gesprokkelde hout kunnen we na de barbecue nog even nagenieten bij het eigen kampvuurtje. Om twaalf uur moet wel het gehele vuur gedoofd zijn, maar dat halen we bij lange na niet.

Vrijdag 19 september
Vandaag een lange route van bijna 300 mijl naar Cheyenne.
Enorme uitgestrekte vlaktes met wat heuvels. Goed om te ervaren, maar het is inderdaad wel een heel eind.
Voorbij Cheyenne staan we op de KOA camping, vlak langs de snelweg, aan de spoorbaan en niet ver van een chemisch complex. We hebben deze vakantie wel eens op een meer idyllische plaats gestaan. In ieder geval is er zeer nabij een prima steak house met saloon. We bestellen een paar heerlijke steaks, maar de drank moet op een aparte rekening van de bar komen. Na afloop gaan we in de saloon nog even verder met drinken en raken in gesprek met een echte trucker. Zo leer je nog ’s wat. Hij is tegen regulering, tegen overheid, tegen de regering tegen vakbonden, tegen de kerk, tegen truck chauffeurs uit oost-europa (zijn die hier dan ook al?). Eigenlijk overal tegen. En dat op z’n plat Amerikaans terwijl hij vier grote sandwiches naar binnen werkt. Met Tobasco. Lots of it.


De KOA camping bij CheyenneOntbijten bij Subway

Zaterdag 20 september
Voor de verandering besluiten we te ontbijten bij Subway en daar voorafgaand ‘even’ te tanken. Credit kaart inleveren. Twee keer een poging met slechts $0.50 als resultaat. Nogmaals iemand er bijgehaald. Pomp blijkt stuk. Naar andere pomp met grote camper. Binnen afrekenen. Te laat zien dat er dus maar $0,50 op het bonnetje staat. Oh, ja. we zijn van pomp gewisseld. Weer achter in de rij bij andere kassa, bij de baas. Uiteindelijk gelukt. Vijfendertig minuten later. Ik heb eigenlijk al geen zin meer in de Subway maar ja, we moeten toch ontbijten. Zelf helemaal je broodje laten samenstellen. Nee, koffie hebben ze niet, moet je weer bij de buren zijn (Benzine station).
Al met al toch nog anderhalf uur nadat we zijn opgestaan gaan we op weg. Eerst doen we in Cheyenne een poging om nog de grootste Amerikaanse stoomtrein te vinden en het Rail Road Museum, maar we stranden met de camper in een of andere grote jaarmarkt en ik geef het op, we gaan maar op weg naar Estes Park in de Rocky Mountains.

Alle afleveringen van de camperreis van San Francisco naar Denver
Amerika camperreis deel 1 – Van San Francisco naar Elko
Amerika camperreis deel 2 – Van Elko naar Craters of the moon
Amerika camperreis deel 3 – Grand Teton National Park
Amerika camperreis deel 4 – Yellowstone National Park
Amerika camperreis deel 5 – Billings en Sheridan
Amerika camperreis deel 6 – Mount Rushmore en Custer State Park
Amerika camperreis deel 7 – Rocky Mountains, Estes Park

Deze Amerika reis is op maat gemaakt door TravelWorld:

www.travelworld.nl
 
Gratis sponsor worden van deze website?
Kijk op http://reisdrift.net/int/verantwoording
 


Delen met anderen:
Facebooktwitterlinkedin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *